Deel II De Opgraving

Zoals in deel I is vermeld werd in het begin van de jaren 1990 een opgraving gepland in wat nu de wijk Haagsittard-park deel 5 is. Door het 'belopen' van het terrein door onder andere de (onofficiële) stadsarcheoloog Guus Roebroek werd al vermoed dat er een 'wüstung' (het verlaten dorpje) zou zijn. Het 'belopen' is een manier om aan de hand van letterlijk oppervlakkig onderzoek naar scherven die door ploegwerkzaamheden aan de oppervlakte zijn gekomen enigszins helder te krijgen wat zich onder de grond bevindt.

Toen de opgravingen startten dacht men nog dat er slechts een relatief beperkte opgraving nodig was.Tussen april en oktober 1990 waren echter al drie hectaren onderzocht door studenten uit Leiden, leden van de archeologische werkgroep en medewerkers van de rijksdienst voor oudheidkundig bodemonderzoek, alles onder leiding van provinciaal archeoloog Henk Stoepker. Toen waren de vondsten al zo belangrijk dat er doorgegraven mocht worden en extra geld ter beschikking werd gesteld door de rijksdienst en de gemeente Sittard.

 

Inmiddels was dan ook gebleken dat er in de ijzertijd (de periode vóór het begin van de jaartelling) bewoning was geweest, maar ook dat er vanaf ongeveer het jaar 600 af permanent huizen waren geweest. Er werd zelfs een merovingisch huis opgegraven. De Merovingen waren de eerste Frankische dynastie en voorgangers van de Karolingen, waarvan Karel de Grote (rond 800) de bekendste was. Uit de merovingische tijd was bij wetenschappers bijna niets bekend over bewoning. Dat komt vanwege het feit dat de meeste sporen uit die tijd zich bevinden (of hebben bevonden) onder huidige bewoningskernen, dorpen of steden dus.

Ook hier zijn vele vondsten in de ogen van leken helemaal niet interessant. Grondsporen, verkleuringen in de aarde, veroorzaakt door bijvoorbeeld verrotte balken van huizen, of afvalputten vol etensresten en ander afval geven voor archeologen vaak heel veel gegevens bloot, maar zeggen

een leek helemaal niets! Dit betekent evenwel niet dat er weinig interessants te zien was.

Bij de opgravingen zijn tien-duizenden scherven uit de laatste tweeduizend jaar opgegraven, restanten van waterputten, kookpotten en spinklosjes bijvoorbeeld. Maar ook opzienbarender zaken als Romeinse kapitelen, een zuil uit een Romeinse tempel, sleutels uit de twaalfde en dertiende eeuw, een zesde-eeuws zwaard en een heel mooie kandelaar uit de twaalfde eeuw.

 

 

Ook nu nog kan men in de tuin, maar zeker bij een wandeling op de flanken van de Kollenberg, Lahrberg en Schlounderberg nog tientallen scherven uit Romeinse tijd of middeleeuwen aantreffen...

 

Een begraafplaats is men niet tegengekomen. Het is echter mogelijk dat de grote merovingische begraafplaats die enkele honderden meters verderop in de wijk Lahrhof is aangetroffen, behoorde bij dit dorpje.

Een verlaten dorpje als Haagsittard is een zeer grote zeldzaamheid. In Nederland zijn er slechts twee andere voorbeelden bekend en ook op Europees niveau is het zeldzaam. De opgraving trok dan ook aandacht van buitenlandse archeologen. In een artikel in het Limburgs dagblad van 3 november 1990 met de kop 'Sittard' in greep van Middeleeuwen' werd zelfs gesproken over plannen tot het opbouwen van een van de aangetroffen paalwoningen als toeristisch educatief project. Het is nooit gerealiseerd, al is wel enkele jaren later een nep grot met waarheidsgetrouwe ijzertijd jager gebouwd in het park de 'Wimmeren'. Dit is echter van het begin af aan vernield en is enkele jaren geleden weer geruimd. Met enige fantasie kan men wel in het huis van de familie van ondergetekende, wat is gebouwd volgens het grondplan van zo'n paalwoning nog iets beleven van de geschiedenis van de wijk.

Verder is het enige wat nu rest vondsten in diverse musea, wat foto's en filmopnamen en een verslag van de opgraving, maar wie weet, kan daar nog wat aan worden toegevoegd de komende jaren?

 

Door: Peer Boselie